zondag 15 april 2012

Een Eeuwigdurende Reis

In een klein dorpje woonde een arme, oude man die een prachtig wit paard bezat. Zelfs koningen boden de man veel geld voor het uitzonderlijke paard, maar het enige dat de man zei was: ‘Dit paard is voor mij geen paard; het is als een mens voor mij. En hoe in ’s hemelsnaam zou je je medemens kunnen verkopen?’ Hoe arm de man ook was, hij verkocht het paard niet.

Op een ochtend ontdekte de man dat zijn paard niet in de stal stond. Alle inwoners van het dorp kwamen bij elkaar en zeiden: ‘Domme oude man, wij wisten wel dat het paard op een dag gestolen zou worden! Het was veel beter geweest om het paard te verkopen. Wat een ongeluk!’

De oude man zei: ‘Praat niet in deze bewoordingen! Stel gewoon vast dat het paard niet in de stal staat. Alleen dat is een feit, de rest is een oordeel. Je kan niet weten of het pech of juist een zegen is, dit is slechts een enkele gebeurtenis in het geheel. En wie weet wat de toekomst brengen zal?’

De mensen lachten de oude man uit. Ze vonden hem altijd al een beetje raar. Maar twee weken later kwam het paard op een nacht plotseling terug. Het paard bleek helemaal niet gestolen te zijn, het was er vandoor gegaan. En dat niet alleen, het had een twaalftal wilde paarden met zich mee teruggenomen.
Weer kwamen de dorpelingen bij elkaar en zeiden: ‘Oude man, u had gelijk. Dit was geen ongeluk, het is zelfs een grote zegen gebleken.’

De oude man zei: ‘Weer gaan jullie te ver. Stel slechts vast dat het paard teruggekeerd is. Of het een zegen of juist rampspoed is, weet niemand. Hoe kun je een heel boek beoordelen op basis van slechts een enkel woord op een bladzijde?’

De mensen wisten niet wat te zeggen, maar ze waren er zeker van dat hij het bij het verkeerde eind had. Er waren tenslotte twaalf prachtige paarden gekomen…
De oude man had slechts één zoon en deze begon de wilde paarden af te richten. Toen hij een week later van een paard viel, brak hij beide benen. De dorpelingen kwamen weer bijeen en spraken hun oordeel uit. ‘Wederom heeft uw gelijk zich bewezen, het was geen zegen. Uw zoon kan zijn benen nu niet meer gebruiken, terwijl hij uw enige steun en toeverlaat was voor uw oude dag. Nu bent u armer dan ooit tevoren!’

De oude man antwoordde: ‘Oordelen is een obsessie voor jullie. Draaf niet zo door. Stel alleen vast dat mijn zoon zijn benen gebroken heeft. Niemand kan weten of dit goed of slecht is. Het leven dient zich in kleine stukjes aan, meer krijgt men niet te zien.’

Een paar weken later trok het land ten strijde en alle jongemannen uit het dorp werden gedwongen het leger te dienen. De zoon van de oude man werd echter vrijgesteld, hij was tenslotte mank. Het hele dorp jammerde en weende, omdat de oorlog een verloren zaak was en de mensen wisten dat de meeste jongemannen niet meer zouden terugkeren. Ze gingen naar de oude man toe en zeiden: ‘U had gelijk, oude man, het is een zegen gebleken. Uw zoon mag dan mank zijn, hij leeft nog. Onze zonen zijn voorgoed verloren.’

Opnieuw zei de oude man: ‘Jullie blijven maar oordelen uitspreken, terwijl niemand het werkelijk weten kan! Stel alleen vast dat jullie zonen gedwongen zijn dienst te nemen in het leger en mijn zoon niet. Alleen God, het Al, weet of dit een zegen is of niet.’

Oordeel niet, want zo zal je nooit één worden met het Al. Steeds weer zal je gegrepen worden door fragmenten, kleine snippers op basis waarvan je een conclusie zal formuleren. Ieder oordeel belet je te groeien. Het oordelen vertegenwoordigt een zwakke staat van bewustzijn. De geest ziet liever een oordeel, aangezien het altijd gevaarlijk en ongemakkelijk is om constant in ontwikkeling te zijn.

De reis is werkelijk nooit ten einde. Het ene pad eindigt, een ander begint; de ene deur gaat dicht, een andere wordt geopend. Je bereikt een top en altijd blijkt er een nog hogere top te zijn. God is een eeuwigdurende reis. Alleen zij die zich niet bezighouden met de bestemming, maar tevreden zijn met de reis op zich, met het leven en groeien in dit moment, alleen zij zijn in staat om hand in hand te gaan met het Al.

Tot je sterft.


Bron: Ik ga op reis en laat achter door Simone Awhina

0 comments:

Een reactie posten