Megalithisch Tiwanaku en de Zonnepoort: een kalender uit een verloren wereld

Tiwanaku ligt in Bolivia op een hoogte van ongeveer 3.850 meter, op een plateau, Altiplano genaamd. In een ver verleden bestond een groot deel van dit plateau uit een enorme binnenzee. Aan de oost- en westkant is het afgesloten door het Andes gebergte, dat ongeveer 4.000 meter hoog is. In het Titicacameer komen nog steeds zeepaardjes voor en aan de zuidkant ligt Uyuni, een enorm zoutmeer. Er zijn kustlijn markeringen gevonden van deze oude binnenzee, die lopen niet horizontaal, maar lopen "hellend" af naar het zuiden richting het Poopo meer. Tiwanaku ligt aan deze hellende oeverlijn. Het water van het hellende meer stroomde destijds blijkbaar niet weg, want Tiwanaku was een havenstad en de meerbekken waren gevuld met water. Dit betekent dat Tiwanaku gebouwd moest zijn toen de kustlijn horizontaal liep, en het water uit het gigantische meer niet leegstroomde. 

Het staat vast dat Tiwanaku ooit volledig onder water heeft gestaan. De grote trappen van het Kalasasaya complex zijn namelijk bedekt met een dunne kalklaag dat in water is afgezet, en het zit heel stevig vast. In het slib rond Tiwanaku liggen botten van mensen en dieren, dat op sommige plekken 3,5 meter dik is. De stad werd plotseling door een catastrofe getroffen, want er zijn zilveren en koperen metselwerktuigen gevonden die naast de gebouwen in aanbouw lagen. 

Volgens een theorie van Hanns Hörbiger is onze huidige maan niet de eerste en enige maan die de aarde ooit heeft gehad. Men denkt dat de huidige maan niet zo lang geleden door de zwaartekracht van de aarde werd aangetrokken, waardoor het permanent met de aarde verbonden is. Voor het ontstaan van de huidige maan kende de aarde een maanloos tijdperk. Maar er waren ook voorgangers die door de zwaartekracht van de aarde werden vastgehouden. Ze kropen steeds dichter naar de aarde en vielen uiteindelijk op de aarde uiteen. 


Hanns Hörbiger heeft aangetoond dat één dag ten tijde dat de kustlijn op de Altiplano horizontaal liep 29.4 uur duurde. De maan die cenomaan wordt genoemd, stond toen dichtbij de aarde en had de rotatie van de aarde vertraagd, waardoor een dag langer duurde dan momenteel het geval is. Het aantal uur in één zonnejaar bedraagt 8.760 uur. Tijdens die Tiwanaku periode duurde één zonnejaar even lang als tegenwoordig, maar telde minder dagen, doordat de dagen langer duurden. Eén zonnejaar bestond uit 8.760 uur / 29,4 uur = ongeveer 298 dagen, en geen 365 dagen zoals nu het geval is. Doordat de cenomaan heel dicht bij de aarde stond, waren er enorme getijdenkrachten die enorme watermassa's naar de Altiplano trokken en daar een binnenzee vormde. Toen de cenomaan in brokstukken op de aarde terecht kwam begon het water in de baai van Tiwanaku als een stortvloed weg te stromen en met een grote snelheid te dalen. Met het verdwijnen van de cenomaan hield ook de vloedgolf op die de watermassa's van de aardse oceaan tot de bergtoppen had opgestuwd, en het water stroomde met grote kracht richting de polen. Op de Altiplano was de grote zee verdwenen, maar had in sommige gebieden resten achtergelaten die door de bergbarrieres niet weg konden stromen. Deze waterophopingen zijn de meren die we vandaag de dag nog zien op de hooglanden tussen de Andes, namelijk de meren Umayu, Titikaka, Poopo, Coipasa, Uyuni, Atakama en Askotan. Al deze meren bevatten zout water en herbergen een visfauna die vergelijkbaar is met die van warme oceanen. De schuine strandlijnen op de Altiplano worden volgens Edmund Kiss dus niet verklaard door continentale kantelingen, maar door de veranderende getijdenwerking van de maan. 

Op de Zonnepoort is één centrale figuur afgebeeld, met daarom heen drie rijen met figuren met mensenhoofden, terwijl de figuren in de middelste rij condorhoofden hebben. Onder deze drie rijen is een fries waarop elf hoofden zijn afgebeeld. Bijna elk van deze hoofden draagt een soort kroon.
Volgens Arthur Posnansky is de centrale figuur de maand september, de maand van de lente-equinox op het zuidelijk halfrond. De kleinere kop eronder, eveneens zonder kroon zoals de hoofdfiguur, moet dan maart zijn, waarin de herfst-equinox op het zuidelijk halfrond plaatsvindt. Aan beide uiteinden van de fries bevinden zich de twee zonnewendemaanden, namelijk aan de linkerkant december met de zomerzonnewende, en aan de rechterkant de winterzonnewende in juni. Beiden worden gekenmerkt door trompetters die blazen bij het draaien van de zon. In Tiwanaku komt de zon ook daadwerkelijk op boven het midden van de Kalasasaya en boven het midden van de Oostpoort, dus ook boven op de Zonnepoort tijdens de twee equinoxen.
Juni met 24 dagen
Als we de stralenkranstekens in juni tellen, zien we 24 tekens oftewel 24 dagen in juni. Er zijn in totaal 12 hoofden met een stralenkrans, bijna allemaal hebben ze 24 dagtekens, behalve februari en april, die hebben een extra visteken en dus 25 dagtekens. Waarschijnlijk waren die twee maanden zeer gunstig voor de visserij in de Tiwanaku-baai.

Het aantal dagen in één zonnejaar in Tiwanaku was dus 12 x 24 + 2 is 290 dagen. Tijdens het einde van het Tertiare tijdperk waren de dagen dus langer dan vandaag de dag. Het Tertiare tijdperk eindigde 2,6 miljoen jaar geleden.

Er zaten maar liefst 447 maan-maanden in één jaar! Ook dat is in de kalender verwerkt, want als je alle individuele karakters van de gehele jaartabel optelt, dan kom je uit op 447 onafhankelijke tekens.
Dubbelkroon-toxodon.
Het betekent zeer waarschijnlijk de zon.

Er zijn toxodonten afgebeeld op de zonnekalender. Toxodonten leefden op de Altiplano tot ongeveer 12.000 tot 10.000 jaar geleden, en zijn dus allang uitgestorven. Ze zagen eruit als een kruising tussen een nijlpaard en een neushoorn. 

We zagen eerder dat iedere maand 24 tekens voor de dagen bevat, die in een krans rond het gezicht liggen. Daarnaast vinden we 38 onafhankelijke numerieke tekens op het lichaam en op de scepter van de september figuur. Het zonnejaar op de Zonnepoort was in 12 delen verdeeld, waarbij ieder deel uit 24 of 25 dagen bestond. Eén zonnejaar bevatte 447 maan-maanden. Ieder 12 delig deel bevatte dus 447 gedeeld door 12 is 37,25 maan-maanden. Het was onmogelijk om 1/4 weer te geven op de Zonnepoort, dus plaatste de kunstenaar in plaats daarvan 38 tekens.

In de kalender zijn er 12 perioden van 24 of 25 dagen, waarvan 17 dagen worden aangeduid met het maansymbool (dubbele cirkel) en 7 met het zon- of lichtsymbool. De 17 dagen met het maansymbool staan volgens Edmund Kiss voor dagen waarop mogelijk een zonsverduistering kon plaats vinden. Door de nabijheid van de maan en de specifieke kosmische omstandigheden zouden er in die tijd ongeveer 204 zonsverduisteringen per jaar zijn geweest (17 per maand x 12 maanden).

Dit lost het raadsel van de Zonnepoort kalender op. Een raadsel waar Arthur Posnansky niet uitkwam, en uiteindelijk maar concludeerde dat de kranstekens een symbolische betekenis hadden. 

Tiwanaku is dus niet slechts duizenden, maar mogelijk miljoenen jaren oud, en dateert uit een tijdperk waarin de aarde onder invloed stond van een andere maan en andere kosmische omstandigheden. De stad was het centrum van een hoog ontwikkelde beschaving die zich kon ontwikkelen dankzij het gunstige klimaat en de vruchtbare omstandigheden die tijdelijk heersten op het hoogland. De ondergang van Tiwanaku en het verdwijnen van het grote meer kwam door het uiteenvallen van de cenomaan en de daarop volgende kosmische catastrofes.

Bron: het boek "The Sun Gate of Tihuanaku & Horbigers World Ice Theory", geschreven door Edmund Kiss.



Geen opmerkingen:

Een reactie posten