zaterdag 8 november 2014

De Alpen waren de afgelopen 10.000 jaar meerdere malen bijna geheel gletservrij!

Professor Christian Schlüchter deed een heel belangrijke ontdekking over de gletsjers in de Alpen, maar de klimaat- en globale opwarming wetenschappers proberen het te negeren. Christian Schlüchter bewijst namelijk dat de Alpen de afgelopen 10.000 jaar meerdere malen bijna geheel gletservrij waren.

Professor Christian Schlüchter
Over het krimpen van de gletsjers weet men niet veel en nam aan dat dit een geleidelijk proces was vanaf het hoogtepunt van een ijstijd naar de warmte van een interglaciaal. Maar Christian Schlüchter bestudeerde als geoloog de eind- en zijmorenen van gletsjers om te kijken naar het oprukken van de gletsjers. In de jaren 90 vond hij langs de voorste rand van een gletsjer een oud stuk hout die door een kaasschaaf geslepen leek het zijn. Het was onmiskenbaar een overblijfsel van een warmere tijd. De stam bleek 4000 jaar oud, de gletsjers waren dus sinds de laatste ijstijd al minstens één keer korter geweest dan nu.

Gletsjeronderzoeker Schlüchter liet bomen en turf in laboratoria onderzoeken om zo de leeftijd van vele vondsten bepalen. De resultaten hebben echter alleen maar betrekking op gletsjers die zulke hout- en turfresten vrijgeven: bijvoorbeeld de Tschiervagletsjer in Graubünden of de Unteraar- en de Steinberggletsjer in het Berner Oberland. Uit het patroon van de verschillende vondsten is echter af te leiden, hoe de gletsjers van de Zwitserse Alpen zich in totaal sinds het einde van de laatste IJstijd hebben ontwikkeld: ze hebben zich de afgelopen 10.000 jaar meerdere keren heel ver teruggetrokken en dat eeuwen of zelfs duizenden jaren lang. Bomen op deze hoogten zijn zelfs meer dan 600 jaar oud geworden.

Schlüchter zijn bevindingen tonen aan dat koude periodes zeer snel kunnen ontstaan. Aan de rand van de Mont Miné Gletsjers vond zijn team reusachtige boomstammen en ze ontdekten dat de bomen allemaal in slechts één jaar waren gestorven. De wetenschappers waren verbijsterd.

Wat precies heeft geleid tot het gedeeltelijk smelten van de gletsjers in de afgelopen duizenden jaren, is niet met zekerheid te zeggen. Niet alleen de temperatuur speelt een rol, ook de neerslag, de luchtvochtigheid en de winden. De temperaturen lagen maximaal tussen één en anderhalve graad hoger dan nu.

Tweeduizend jaar geleden, in de Romeinse tijd, had het ijs zich in de Alpen ook ver teruggetrokken. Dit wordt ook bevestigd door reisverslagen uit die tijd: in die verslagen is bijna nooit sprake van gletsjers of witte Alpen, hoewel de Romeinen vaak over de Alpenpassen reisden. Vermoedelijk was het destijds meer dan een graad warmer dan nu, schat Schlüchter. Of er ook in de Middeleeuwen nogmaals zon warme periode met heel weinig ijs was geweest, zou hij niet met zekerheid kunnen zeggen.

Christian Schlüchter en zijn assistent
Christian Schlüchter betwijfelt echter, dat de wetenschap van tegenwoordig exact het verleden en de toekomst van gletsjers zou kunnen voorspellen. Het zou bijvoorbeeld een open vraag zijn waarom het huidige smelten van de gletsjers al in 1850 zou zijn begonnen, lang voordat de door de mensen geproduceerde CO2-uitstoot een invloed op het klimaat gehad kan hebben.

Hij ondervond zeer veel tregenwerking van klimaatwetenschappers, doordat een geoloog ineens in het territorium van de “hockeystick-aanhangers” kwam. Om de kritiek te smoren deed de hoogleraar vervolgens een test met de wanden van de Rhône-gletsjer, die recent bloot waren komen liggen. In mineralen in de rots kun je zien hoeveel kosmische straling die wand de laatste paar duizend jaar heeft opgevangen en dan weet je ook of die wand al eerder bloot heeft gelegen. Dat bleek zo te zijn en niemand ging meer tegen hem in, maar maakte Christian Schlüchter zijn ontdekking niet bekend.


Bronnen:



0 comments:

Een reactie plaatsen