| Mays hiëroglief voor Venus |
De Meso-Amerikanen zagen dat de uiterste posities van Venus aan de hemel steeds op vaste tijden in het jaar plaatsvonden. Vooral de verschijning van Venus als Avondster was van groot belang: ze kondigde zowel het begin als het einde van het regenseizoen aan. Wanneer de ster in het westen oplichtte, wist men dat de tijd van regen en groei nabij was. Zo werd Venus als Avondster een goddelijke boodschapper, een brenger van regen en vruchtbaarheid, waarop de landbouwcyclus zich afstemde.
Het verband tussen Venus en de regen werd verder versterkt door de symboliek van het westen, dat in talloze culturen werd geassocieerd met de maan, met water en met vruchtbaarheid. Zo kwam Venus, stralend in het avondlicht, te staan voor leven, overvloed en de voortzetting van de natuurlijke cyclus. Deze symboliek ontstond waarschijnlijk al in de vroege stadia van de landbouw, toen het levensonderhoud volledig afhankelijk was van regen en een voorspoedige oogst.De bekendste uitdrukking van deze samenhang is te vinden in het beeld van de gevederde slang – Quetzalcoatl. Deze god, symbool van hemel en aarde, van lucht en water, belichaamde de levenskracht van de regen en de groei van planten. Zijn verschijning markeerde de overgang van het droge naar het natte seizoen: een tijd van vernieuwing. In sommige mythen veranderde de vurige slang van de droogte in de gevederde slang van regen en leven – een mythisch herleven van de natuur zelf.
Bij de Maya’s werd Venus eveneens verbonden met vogels en regen. Hun god K’ucumats, verwant aan Quetzalcoatl, werd voorgesteld als een grote slang die de zon van oost naar west draagt – een symbool van de eeuwige kringloop van dag en nacht, droogte en regen. In de Yucatán was het Itzamna die soortgelijke eigenschappen droeg: een viervoudige god die de hemel bezielde en over regen en vruchtbaarheid heerste. Zijn tegenhangers Chicchan en Kukulcan wezen op eenzelfde oeridee: dat regen, maïs en de hemellichamen allemaal uit één bron van levensenergie voortkwamen.
| De Venus tabel in de Dresden Codex |
Zelfs de bewegingen van Venus bevestigden deze heilige samenhang. Elke acht jaar herhaalde de planeet haar cyclus vrijwel precies op dezelfde dagen in het jaar – een ritme dat overeenkwam met het heilige getal 8, dat de Maya’s aan hun maïsgod toeschreven. Wanneer Venus in juni als ochtendster of in het voorjaar als Avondster dicht bij de Pleiaden verscheen, wisten de priesters: de regens zijn nabij, het is tijd om te zaaien.
Zo werd Venus in het bewustzijn van de Meso-Amerikanen veel meer dan een planeet: zij was de straal van hemelwater, de ziel van de regen, de beschermer van maïs – en daarmee van het leven zelf.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten